Ontwikkelonderwijs

Na een maand of drie lectorschap mag je wel een beetje weten waar het allemaal over gaat, nietwaar? Ik heb me de afgelopen maanden beziggehouden met het onderwerp van mijn lectoraat, de stadslandbouw als ontwerpopgave, en daarnaast ook met kennismaken met zowel mensen binnen VHL als daarbuiten.

Het was namelijk al weer een tijdje geleden dat ik in Nederland was. Ik heb drie jaar in Melbourne gewoond en gewerkt aan ruimtelijke ontwerpopgaven in relatie tot energie, klimaat en duurzaamheid. dat heb ik bij drie verschillende universiteiten gedaan: University of Melbourne, RMIT en Swinburne University. Aan de ene kant heeft het me een goed inzicht gegeven in verschillende manieren hoe het ontwerp onderwijs in de huidige tijd gegeven kan worden en aan de andere kant heeft het me ook geholpen om met een frisse blik naar Nederland te kijken. het klagen staat hoog op de nationale ranglijsten, maar na een paar jaar buitenland blijkt er ook heel veel heel goed geregeld te zijn in ons landje. een van die dingen is het onderwijssysteem, dat, ondanks dat er telkens aan gesleuteld schijnt te moeten worden, erg goed is in het afleveren van zelfstandige, leergierige en creatieve studenten. en daar mogen we best trots op zijn! echter, we moeten wel in de gaten houden hoe de jeugd van tegenwoordig het beste leert. en die jeugd, en hier is onderzoek naar gedaan, is gericht op het concreet ontwikkelen van dingen en wil daarbij zelf bepalen hoe zijn eigen leren er uit ziet. Interessant is om daar aan toe te voegen dat de middelen en methoden door de enorme vlucht van virtuele media snel en definitief veranderen. de kostbare tijd van iedere student (en docent) moeten en kunnen we tegenwoordig dus veel efficiƫnter inzetten door generalistische kennisoverdracht (hoorcolleges) via internet aan te bieden, terwijl er dan meer tijd overblijft voor intensieve discussie en toepassing van die kennis in face-to-face contacturen op school. ik mocht hier gisteren iets meer over vertellen op de onderwijs ontwikkeldag. samen met Wim van Ginkel. en het was interessant om te zien dat onze beide inleidingen nauw aansloten. de toekomst van ons vakgebied is te vinden in stedelijke omgevingen, waarbinnen we het systeem van land en water, als voorwaarde voor groei van leven moeten kennen om zo een waardevolle bijdrage te leveren in allerlei, wisselende, teamverbanden aan de verbetering van de leefomgeving in de samenleving. dus daarop moeten we onze studenten gaan voorbereiden. dat hierbij meer traditionele ingrediƫnten ter discussie komen te staan vind ik logisch en we moeten er niet bang voor zijn om hierover met elkaar te praten. zo kan het best zijn dat de huidige indeling in majoren niet meer aansluit bij de behoefte van huidige studenten en toekomstige werkgevers, of kan de inhoud van sommige vakken wellicht makkelijker op internet worden gevonden dan vroeger, waardoor het uit het hoofd leren van al die kennis niet meer nodig is. de tijd lijkt rijp voor modernisering van de opleiding. want waarom zouden we een verbeterslag in ons onderwijs achterwege laten.

Beeld: Jacek Yerka