Nieuwsgierig naar de zelfvoorzienende dictatuur van Hoxha: verslag van een workshop in Albanië

Roeland Meek
Student Landschapsarchitectuur

Nieuwsgierig naar de zelfvoorzienende dictatuur van Hoxha

Tijdens de communistische dictatuur van Hoxha kon Albanië zichzelf van zijn eigen voedsel voorzien. Bovendien wekte het land voor 99% zijn eigen duurzame elektriciteit op

Het is vroeg in de ochtend, wanneer ik de voordeur van mijn flat achter me dicht doe. Ik fiets door een slapende stad met mijn backpack naar het station van Arnhem. Daar stap ik in de intercity naar Schiphol. Het avontuur is begonnen: vandaag vertrek ik naar Albanië.

Ik ben aan deze reis begonnen in het kader van mijn opleiding landschapsarchitectuur aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp. Mijn Nederlandse docenten vroegen me deel te nemen aan een tweeweekse workshop ‘Sustainable Urban Planning’ aan de universiteit Polis (International School of Architecture and Urban Development Policies) in Tirana. Polis is de eerste universiteit in Albanië met een afstudeerrichting voor stedenbouw. De Nederlandse docenten hebben deze workshop al meerdere malen gegeven zonder Nederlandse studenten. Ik ben er om te kijken en te ervaren of deze workshop meerwaarde kan hebben voor studenten van de hogeschool en of er in de toekomst wellicht meerdere studenten kunnen deelnemen aan deze workshop. De workshop gaat over de duurzame ontwikkeling van Albanië. In Albanië is na de val van het communisme in 1992 een enorme trek naar de hoofdstad Tirana geweest. De stad is explosief gegroeid zonder enige vorm van stedenbouwkundig plan. Als gevolg van deze trek naar de stad is het landelijke gebied van Albanië steeds minder rendabel en wordt het land meer en meer afhankelijk van import.

Albanië was door de invloed van het communisme voor 1992 een zeer geïsoleerd land. De dictator, Enver Hoxha, die van 1944 tot 1989 aan de macht was, verketterde eerst Moskou en daarna Peking. Albanië werd het meest geïsoleerde land in Europa. Zonder bondgenoot die het land kon voorzien van militaire hulp, grondstoffen en technologie. Het land was volledig op zichzelf gericht. Tijdens dit isolement zijn er voor mij, landschapsinrichter, een aantal interessante ontwikkelingen geweest. Zo kon Albanië onder Hoxha’s dictatuur volledig in zijn eigen voedsel voorzien. Tegen 1980 was het platteland voorzien van elektriciteit en de landbouw gecollectiviseerd. Voor die tijd bezaten 100 Albanese landeigenaren één-derde van alle landbouwgrond. Ook was het land in het opwekken van energie volledig zelfvoorzienend. Zelfs nu scoort Albanië, als je het hebt over schone energie opwekking veel beter dan wij Nederlanders of west Europese landen: 99% van het elektriciteit gebruik wordt opgewekt uit waterenergiecentrales. In het huidige democratische Albanië kijkt men steeds meer naar de westerse cultuur. Iedereen wil een auto rijden en men jaagt op producten uit de meest verre uithoeken van de wereld. In mijn (ons) vakgebied heerst er steeds meer een tendens dat we juist steeds minder afhankelijk willen worden van import en meer in onze eigen voedsel en energie behoeften willen voorzien. Ik was erg benieuwd wat ik van het systeem kon leren en wat we daarvan eventueel in Nederland konden toepassen.

Levendige hoofdstad

De volgende dagen word ik in mijn hostel wakker van een luid getoeter en het gefluit van verkeersregelaars. Dit hostel is een van de eerste hostels in heel Tirana. Elke morgen is het weer de vraag of er überhaupt, warm, koud, bruin of normaal water uit de kraan komt , toch gek voor een stad met bijna 1 miljoen inwoners. De stad is al lang wakker als ik buiten kom. Ik loop door het centrum van de stad naar het afgesproken vertrekpunt. Al lopende denk ik ineens weer aan mijn vertrek in Arnhem. De stilte die daar in de ochtend heerst, staat in schril contrast met de drukte en geluiden die hier al vroeg klinken. Op de straten wemelt het van de mensen. Overal staan kleine kraampjes mensen die op een stoeltje zitten met slecht een paar bosjes kruiden voor zich uitgestald, ik vraag mezelf af of ze daar nu echt van kunnen leven. Op hetzelfde moment zie ik jongeren van mijn leeftijd voorbij rijden in grote zware Mercedessen.

Wat me verder meteen opviel in de stad, is de variatie in kleuren. Waar in onze steden de kleur veelal wordt bepaald door grijstinten (zachte kleuren) vind je door heel Tirana fel gekleurde gebouwen terug in de meest uiteenlopende kleuren en patronen. Later hoorde ik dat de burgemeester Edi Rama, tevens kunstenaar, op een betaalbare manier zijn stad weer aantrekkelijk wilde maken en de wederopbouw na het communisme vergemakkelijken. Met het projecten ‘Art in building’ heeft hij de communistische woonblokken door verschillende kunstenaars laten beschilderen. Dat maakt de stad inderdaad aantrekkelijker. De kleuren zorgden ervoor dat ik me makkelijk kon oriënteren. De kanttekening is  dat het van binnen nog steeds dezelfde communistische woningen zijn: vaak nog zonder gas, stroom of fatsoenlijk water.

Eenmaal aangekomen bij het vertrekpunt rijden we elke ochtend 20 minuten door het Albanese verkeer naar de universiteit die net buiten de stad ligt. Elke morgen staan we weer versteld hoe organisch het verkeer hier zijn beloop neemt. Het lijkt alsof je bij een rijexamen – als ze die al afnemen – alleen maar hoeft te weten waar de claxon zit. Alle soorten verkeer gaan over dezelfde weg: auto’s brommers, fietsen, voetgangers, paard en wagen, een drukte van belang maar in de twee weken dat ik er was heb ik niet één ongeluk gezien.

Communistische leswijze

Polis is een nieuw gebouw, waar een steriele sfeer hangt. Nergens zie je een poster of studentenwerk hangen. De eerste dag van de workshop begint goed, veel van de studenten komen te laat binnen. De ene naar de andere student loopt het lokaal uit, om op de gang rustig te kunnen bellen. Tijdens de introductie ronde luister ik verbaasd naar hun motivatie voor deze opleiding. Veel van de studenten vertellen dat je in Albanië niet zoveel aan je diploma hebt. Het is veel belangrijker dat je een familielid in de politiek hebt en dat je op de goede partij stemt. Socialisten en democraten gaan nu ongeveer gelijk op in de stemmingen en elke keer als er een van de twee aan de macht komt, veranderen ook alle banen. Er zit ook een meisje in de groep die doodleuk vertelt dat ze eigenlijk heel iets anders had willen studeren maar door haar vader die zelf architect is, gedwongen wordt. Er zijn jongens die naast hun studie er nog allerlei louche handeltjes in gokhallen en dergelijke op na houden.

De workshop bestaat uit verschillende projectgroepen die zelf met initiatieven moeten komen voor hun deelgebied. De studenten hadden hier veel moeite mee. Het onderwijssysteem in Albanië bevat nog veel communistische trekjes. Ik hoor van Ervis, een Albanese student, dat de lessen die ze normaal krijgen, bestaan uit taaie colleges van 9 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds. Waarbij alles wat de docent zegt, wordt overgenomen en uit het hoofd geleerd. Bij projecten vertelt de leraar (professor) wat er moet gebeuren en de leerlingen werken dit uit zonder na te denken. Als een docent bij wijze van spreken zou zeggen dat het nodig is om een haven boven in de bergen te maken met een kanaal er naartoe, zouden ze hier enthousiast mee beginnen zonder er zichzelf af te vragen of dit wel de beste oplossing is.

Het enige wat de workshop moet opleveren is een presentatie aan het schoolbestuur en een rapport van 10 pagina’s. Mijn projectgroep had als onderzoeksgebied het gebied rond een nieuwe snelweg die van Tirana naar Prizren liep. Deze snelweg is aangelegd om aan verschillende eisen van de Europese Unie te voldoen. Er is veel discussie over de snelweg omdat hij door de bergen is aangelegd en daarom veel geld heeft gekost. Dit commentaar is niet voor niets want het eigen land profiteert er nauwelijks van. Het is een lange weg via Kosovo naar Macedonië met heel weinig afslagen. Ons projectidee was door meer afslagen lokale impulsen te geven. De infrastructuur van het platteland zou hier op moeten aansluiten, zodat deze zich meer kan ontwikkelen. Zo worden afgelegen gebieden weer bereikbaar voor toeristen. Branding en promoting van het Albanese landschap is hierbij zeer van belang. Het land zou meer moeten inzetten op toerisme. Dat staat nu nog in de kinderschoenen.

Bij het uitwerken van ons idee stelde ik voor om geen rapport te schrijven maar juist een klein pocketboek waarin we een voorbeeld geven, hoe je zo’n toeristische route zou kunnen promoten. Een pocketboek dat je bij wijze van spreken zo bij de ‘VVV’ van Tirana zou kunnen afgeven. Het heeft me veel moeite gekost voordat ik iedereen overtuigd had dat zo’n concreet boekje veel interessanter en leuker was om te maken dan een langdradig rapport van 10 pagina’s. Ze hebben wel drie keer aan de professor gevraagd of ze geen onvoldoende zouden halen. Uiteindelijk hebben we het boekje gemaakt en dat viel zowel bij de profesoren als bij het schoolbestuur in de smaak.

Wat me uiteindelijk is bijgebleven aan deze reis is dat er in de cultuur nog veel sporen van communisme zijn terug te vinden. Initiatieven worden er niet veel genomen. Er heerst nog steeds het gevoel dat van bovenaf – de politiek, de dictator of professor – wordt bepaald wat goed is voor het land. De bevolking is er alleen om deze ideeën uit te voeren. Mijn vragen met betrekking tot de zelfvoorzienende landbouw en energievoorziening tijdens de dictatuur van Hoxha zijn niet goed beantwoord, niemand praat graag over die tijd. Ik kan in ieder geval na mijn gesprekken over het communisme en de dictator Hoxha zeggen dat ik geen dictator van minister Henk Bleker zou willen maken, of het communisme zou willen invoeren in Nederland. Ik hoop dat ik de Albanese studenten van de workshop wellicht heb geïnspireerd om zelf ook meer initiatief te nemen. En zou geen van de toekomstige Nederlandse studenten deze ervaring en dit leerproces willen onthouden.