Bomen op dakparken

Roel Geurts
Wilko van Ommeren

Bomen op dakparken


Vernatting en verdroging

Daktuinen bestaan al een lange tijd in ons land. In de loop der jaren is er veel vooruitgang geboekt en zelfs op ultralichte daken kunnen ingenieurs de meest complexe daktuinen ontwikkelen. Echter, er zijn in Nederland ook een aantal grote dakparken gemaakt.

Dakparken zijn meestal voorzien van een vlottersysteem of druppelsysteem, maar er zijn ook dakparken met een permanente waterlaag gerealiseerd. Middels capillaire opstuwing dienen de bomen te worden voorzien van de juiste hoeveelheid vocht. Dit kan leiden tot vernatting en verdroging van bomen op dakparken wanneer men niet aan de behoefte van de boom voldoet of te veel water laat opstuwen.

Onze hoofdvraag luidt: ‘’Wat is de optimale groeiplaatsinrichting voor bomen in dakparken met kunstmatige waterstand?’’

Om antwoord te krijgen op de hoofdvraag wordt ons onderzoek als volgt opgebouwd:

Een literatuurstudie moet ons voorzien van de nodige basiskennis over dakparken, capillaire werking en groeiplaatsomstandigheden van bomen. Deze inzichten kunnen wij gebruiken bij het formuleren van onze conclusies en aanbevelingen.

Uit onze referentiestudie moet blijken welke ervaringen men in de praktijk heeft met deze dakparken. Deze gegevens kunnen onze conclusies beïnvloeden en zal meespelen bij het schrijven van aanbevelingen.

Om onze conclusies in praktijk te brengen, hebben wij een case verkregen van adviseurs- en ingenieursbureau Movares: De Tuinen van Nijverdal. In dit park dient een permanente waterlaag gerealiseerd te worden. Het park wordt aangekleed met bomen en gras.

Elke grondsoort of substraat heeft een ander waterbergend vermogen en een andere capillaire werking. De fractiegrootte, het lutum- en leemgehalte bepalen het waterbergend vermogen. Het toepassen van een extra laag substraat met grove fractie vergroot de waterbergende capaciteit van een dakpark en dient als overstort. Lavastenen zijn het beste substraat bij dakparken, met of zonder afschot, door hun hoge vochtabsorptie waarde en drainerend vermogen.

De capillaire werking is afhankelijk van de grootte van de poriën en het aantal procenten aan lutum en leemdeeltjes in het substraat. Hoe fijner de poriën, hoe groter de capillaire werking. De hoogte van de capillaire werking is afhankelijk van de stijgsnelheid (2 mm/dag) en de duur van het groeiseizoen (circa 180 dagen). Bij een te grote capillaire werking zal het vocht dusdanig hoog stijgen dat het wortelgestel van een boom in verzadigde grond komt te staan waardoor een zuurstoftekort optreedt.

Om te bepalen hoeveel water een boom verbruikt, dient de verdamping te worden berekend. Wij waren in de veronderstelling dat een boom minder zou verdampen naarmate de vochtvoorraad afneemt. Dit is niet het geval. De verdamping is te berekenen via twee methodes:

De methode van Makkink. Deze methode wordt gebruikt voor het berekenen van de verdamping van referentiegewassen.

De tweede methode is het berekenen van verdamping via bladverdamping. De heer Kopinga heeft onderzoek gedaan naar bladverdamping van verschillende soorten bomen. Uit dit onderzoek blijkt dat er veel verschil zit in bladverdamping van bomen. Dit heeft te maken met de fysische eigenschappen van een boom, maar ook met standplaats, nettostraling zon en luchttemperatuur.

Om het aantal liters bladverdamping te berekenen zal de kroonprojectie berekend moeten worden. Omdat een boomkroon uit verschillende vormen bestaat, zijn er verschillende formules om boomkronen te kunnen berekenen.

Uit onze referentiestudie blijkt dat de meeste dakparken met bomen worden uitgevoerd met een vlottersysteem of druppelsysteem die de bomen van water voorzien.
Wij vermoeden dat vlottersystemen en druppelsystemen de beheerder van een groter gemak voorziet dan een dakpark welke voor een groot deel afhankelijk is van neerslag. Het monitoren van de bevloeiingssystemen gebeurd tot op heden weinig.

Onze conclusies zijn toegepast op het ontwerp van Movares: de Tuinen van Nijverdal. Ons voorstel is om een drainage/bufferlaag van lavastenen toe te passen met daar bovenop een grove, lutum- en leemarme zandgrond. Het zand dient wel 3 tot 5 % aan organisch materiaal te bevatten. Door deze zandgrond toe te passen zal de capillaire opstuwing niet meer dan 36 cm bedragen, terwijl de bodem, in combinatie met de drainage/bufferlaag, capabel genoeg is om de bomen van vier weken vocht te voorzien.

Verder kijken:

Rapport “Bomen op dakparken”

Film presentatie Roel Geurts en Wilko van Ommeren: Bomen op dakparken